1. Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf D: Financiering - 1. Inleiding

In deze paragraaf staat de gemeentelijke financieringsfunctie centraal en de beheersing van bijbehorende risico’s. De gemeentelijke treasuryfunctie voert financiële taken uit binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (fido) en het treasurystatuut. Allereerst wordt in deze paragraaf ingegaan op de toekomstige financieringsbehoefte en de bijbehorende renteverwachting aan bod. Hierbij wordt ingegaan op de balansprognose en het verwachte EMU-saldo. Ten slotte worden de verschillende risico’s en de beheersing hiervan behandeld.

2. Financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf D: Financiering - 2. Financiering

a. Marktontwikkelingen en rentevisie
Voor de tarieven op de geldmarkt (leningen korter dan een jaar) wordt veelal gekeken naar het rentetarief dat banken elkaar onderling berekenen (de Euribor) en voor de kapitaalmarkt (leningen langer dan een jaar) naar de rente op staatsleningen. Over het algemeen geldt dat de rente hoger wordt bij een langere looptijd van de lening. Het afgelopen jaar (peildatum 24 september 2025) zijn de rentestanden voor kort geld gedaald en voor lang geld gestegen. Het 3-maands Euribor-tarief is gedaald van 3,431% naar 1,996%  en het 10-jaars staatsleningtarief is gestegen van 2,5% naar 2,91%. De rentevisie van de gemeente is gebaseerd op de recente rentedaling vanuit het ECB (Europese Centrale Bank) en de algemene verwachting dat de rente in 2025 verder gaat dalen.

2.1 Marktontwikkelingen en rentevisie

Terug naar navigatie - Paragraaf D: Financiering - 2.1 Marktontwikkelingen en rentevisie

2.2 Renteschema

Terug naar navigatie - Paragraaf D: Financiering - 2.2 Renteschema

b. Renteschema 

 De aanbeveling van de BBV is om via het zogenaamde renteschema het renteresultaat op het taakveld treasury inzichtelijk te maken. Dit levert het onderstaande schema op.

Omslagrente
Conform BBV voorschriften moet de omslagrente jaarlijks worden herijkt en, indien nodig, worden aangepast. Uit de laatste actualisatie blijkt dat  de omslagrente gelijk is gebleven, deze is 2%.

Renteschema conform Notitie Rente
2026
(bedragen x € 1.000)
a
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
1.705
b
De externe rentebaten (idem)
-/-
2
Saldo rentelasten en rentebaten
1.703
c1
De rente die aan de grondexploitatie
moet worden doorberekend
-/-
136
c2
De rente van project-financiering die aan het
betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
0
c3
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien
daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering)
+
0
-/-
136
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
1.567
d1
Rente over eigen vermogen
193
d2
Rente over voorzieningen
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
1.760
e
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-/-
1.736
f
Renteresultaat op het taakveld Treasury
24

2.3 Financieringspositie

Terug naar navigatie - Paragraaf D: Financiering - 2.3 Financieringspositie

c. Financieringspositie
Voor de financiering van de investeringen passen wij “totaalfinanciering” toe. Dit betekent dat voor iedere investering niet 1-op-1 een lening wordt aangetrokken, maar voor de investeringen maken wij gebruik van meerdere financieringsbronnen. Deze bronnen zijn primair het eigen vermogen en aangetrokken langlopende geldleningen.

Voor de programmabegroting is een liquiditeitsprognose opgesteld. De financieringsbehoefte is afhankelijk van een aantal elementen. Met name: het investeringsniveau, het exploitatiesaldo (voor mutaties in de reserves), mutaties in het grondbedrijf (uitgaven aan aankoop grond, etc. en verkoopopbrengsten van grond) en herfinancieringen van lopende geldleningen.

Het exploitatiesaldo (excl. afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen) voor mutaties in de reserve is vanaf 2026 negatief. Het investeringsvolume de komende jaren is door de voornemens (met name op het gebied van onderwijs en investeringen in de openbare ruimte) de komende jaren relatief hoog. Het grondbedrijf laat de komende jaren een positieve kasstroom zien.

De geprognosticeerde financieringsbehoefte in 2026 en verder is:

 

Liquiditeitsprognose (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
(1)
Kasstroom operationele activiteiten
7.914
8.090
6.452
4.896
(2)
Kasstroom investeringsactiviteiten
-14.508
-14.771
-11.555
-6.581
(3)
Kasstroom financieringsactiviteiten
-2.186
-1.092
-1.274
-2.283
(4)
Netto kasstroom = (1) + (2) + (3)
-8.780
-7.773
-6.377
-3.968
(5)
Beginsaldo rekening-courant
4
-8.776
-16.549
-22.926
(4)
Netto Kasstroom
-8.780
-7.773
-6.377
-3.968
(6)
Eindsaldo (5) + (4)
-8.776
-16.549
-22.926
-26.894

Op basis hiervan is bepaald voor welke bedragen leningen moeten worden aangetrokken en welke gevolgen dit heeft voor de rentekosten.

De in 2020 ontvangen opbrengst uit de verkoop van de Eneco-aandelen is in de afgelopen jaren ingezet voor de financiering van de reguliere exploitatie. Kijkend naar de financieringsbehoefte in de komende jaren zal er in 2026 vermoedelijk een langlopende lening moeten worden aangetrokken.

Nr.
Financieringsbehoefte
2026
2027
2028
2029
(bedragen x € 1.000)
1)
Kasstroom uit operationele activiteiten
7.914
8.090
6.452
4.896
2)
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
-14.508
-14.771
-11.555
-6.581
3)
Kasstroom uit huidige financieringsactiviteiten
-1.902
-1.440
-1.453
-2.455
4)
Financieringsbehoefte (-) c.q. overschot (+)
-8.496
-8.121
-6.556
-4.140
5)
Financiële tegoeden < 1jaar (per 01-01)
0
0
0
0
6)
Restant financieringsbehoefte (-) c.q. overschot (+)
-8.496
-8.121
-6.556
-4.140
7)
Overige vlottende middelen
-2.736
-2.736
-2.736
-2.736
8)
Netto vlottende schuld
28.375
36.496
43.052
47.192
9)
Begrotingstotaal
100.453
104.556
106.653
108.688
10)
Kasgeldlimiet
8.539
8.887
9.066
9.238
11)
Nieuw aan te trekken leningen
8.781
7.772
6.378
3.967

2.4 Balansprognose

Terug naar navigatie - Paragraaf D: Financiering - 2.4 Balansprognose

d. Balansprognose
De geprognosticeerde balans is bedoeld om meer inzicht te geven
in de financieringspositie en de ontwikkeling van het EMU-saldo. Dit
levert het volgende beeld op.

Geprognosticeerde balans (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Activa
(Im)materiële vaste activa
92.009
103.434
111.337
114.238
Financiële vaste activa
3.980
3.861
3.741
3.621
Vlottende activa
26.867
23.857
21.971
21.971
Totaal
122.856
131.152
137.049
139.830
Passiva
Eigen vermogen
38.981
38.539
37.330
36.298
Voorzieningen
19.233
21.409
23.532
25.780
Vaste schulden
41.323
47.537
52.341
53.734
Vlottende passiva
23.319
23.667
23.846
24.018
Totaal
122.856
131.152
137.049
139.830

2.5 EMU-saldo

Terug naar navigatie - Paragraaf D: Financiering - 2.5 EMU-saldo

De Wet Houdbare overheidsfinanciën (hof) bevat de bepaling dat het Rijk en de decentrale overheden een gezamenlijke en gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de Europese begrotingseisen te respecteren (maximaal 3% tekort van bruto binnenlands product). Dit wordt gemonitord via het zogenaamde EMU-saldo. Dit is gebaseerd op werkelijke kasstromen en niet op baten en lasten. Zie onderstaande tabel:

Het berekende EMU-saldo voor 2026 t.m. 2029 is negatief. Met name door een investeringssaldo (een hoger investeringsvolume t.o.v. het jaarlijkse afschrijvingsbedrag).

EMU-saldo (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
-258
-442
-1.209
-1.032
2
Mutatie (im)materiële vaste activa
11.359
11.425
7.903
2.901
3
Mutatie voorzieningen
2.243
2.176
2.123
2.248
4
Mutatie vooraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
-2.780
-3.010
-1.886
0
5
Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen
0
0
0
0
Berekend EMU-saldo
-6.594
-6.681
-5.103
-1.685

3. Risicobeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf D: Financiering - 3. Risicobeheer

3.1 Renterisico vlottende schuld (kasgeldlimiet)

Terug naar navigatie - Paragraaf D: Financiering - 3.1 Renterisico vlottende schuld (kasgeldlimiet)

Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Teneinde een grens te stellen aan de korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de begroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. In onderstaande tabel volgt de ontwikkeling van de kasgeldlimiet over de jaren 2026 tot en met 2029:

Castricum probeert de kasgeldlimiet maximaal te benutten vanuit de gedachte dat de rente op de rekening-courant doorgaans lager is dan op langlopende leningen. Daarnaast is er meer flexibiliteit als bijvoorbeeld eerder dan verwacht grote bedragen worden ontvangen.

Toets kasgeldlimiet (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
1.
Toegestane kasgeldlimiet
Begrotingstotaal lasten
100.453
104.556
106.653
108.688
In procenten van de grondslag
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
In bedrag
8.539
8.887
9.066
9.238
2.
Vlottende korte schuld
Opgenomen gelden < 1 jaar
Schuld in rekening courant
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
Totaal
-
-
-
-
3.
Vlottende middelen
Contante gelden in kas
Tegoeden in rekening-courant
Overige uitstaande gelden < 1 jaar
1983
1983
1983
1983
Totaal
1.983
1.983
1.983
1.983
4.
Totaal netto vlottende schuld (2) - (3)
-1.983
-1.983
-1.983
-1.983
Toegestane kasgeldlimiet (1)
8.539
8.887
9.066
9.238
Ruimte (+) Overschrijding (-) = (1) - (4)
10.522
10.870
11.049
11.221

3.2 Renterisico vaste schuld (renterisiconorm)

Terug naar navigatie - Paragraaf D: Financiering - 3.2 Renterisico vaste schuld (renterisiconorm)

De renterisiconorm is ingesteld om de rentegevoeligheid van de leningportefeuille met een rentetypische looptijd van langer dan een jaar te beperken. De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal. Het renterisico heeft betrekking op de vaste schuld en op het bedrag waarover renterisico wordt gelopen. Naast de renteherzieningen zijn hiervoor ook de herfinancieringen van belang, want het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden.

In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm vergeleken met het renterisico:

Renterisiconorm (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
1a
Renteherziening op vaste schuld o/g
0
0
0
0
1b
Renteherziening op vaste schuld u/g
0
0
0
0
1.
Netto renteherziening op vaste schuld (1a - 1b)
0
0
0
0
2.
Te betalen aflossingen
2.021
1.559
1.573
2.575
3.
Renterisico (1 + 2)
2.021
1.559
1.573
2.575
4a
Begrotingstotaal lasten
100.453
104.556
106.653
108.688
4b
Het bij ministeriële regeling vastgestelde % van de tot. begroting
20%
20%
20%
20%
4.
Renterisiconorm
20.091
20.911
21.331
21.738
5a
Ruimte onder renterisiconorm (4 > 3)
18.070
19.352
19.758
19.163
5b
Overschrijding renterisiconorm (3 > 4)
0
0
0
0

3.3 Krediet- en beleggingsrisico

Terug naar navigatie - Paragraaf D: Financiering - 3.3 Krediet- en beleggingsrisico

Het kredietrisico is het risico dat de tegenpartij niet aan haar contractuele verplichtingen kan voldoen en dus aan de gemeente zijn verstrekte lening niet terugbetaalt.

Verstrekte leningen per 1-1 (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
-Woningbouwvereniging
782
672
561
449
-Buurt- en biljartcentrum
40
32
24
16
-Startersleningen
1.924
1.924
1.924
1.924

3.4 Kredietrisico waarborgen en garanties

Terug naar navigatie - Paragraaf D: Financiering - 3.4 Kredietrisico waarborgen en garanties

Borgstellingen kunnen op twee manieren voorkomen:

  1. Directe borgstelling
  2. Achtervang

Bij directe borgstelling staat de gemeente jegens geldgevers borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die door lokale organisaties, instellingen of verenigingen zijn aangetrokken die veelal activiteiten verzorgen welke in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak.

Achtervang houdt in dat de gemeente, al dan niet samen met het Rijk, een rol speelt in de zekerheidsstructuur van een waarborgfonds, bijvoorbeeld de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (SWS). Door deze structuur kunnen instellingen die bij een waarborgfonds zijn aangesloten tegen de laagste rente lenen. Mede vanwege de strenge toelatingscriteria en periodieke toetsing door het fonds loopt de gemeente hierbij een veel lager risico dan bij directe borgstellingen. Waarborgfonds SWS is enige jaren geleden in het nieuws geweest vanwege wanbeleid onder diverse woningcorporaties. De branche stond onder grote druk. Tot op heden heeft dit nog niet geleid op een beroep op de achtervangfunctie.

Waarborgen en garanties x (€ 1.000)
2026
2027
2028
2029
A
Instellingen / verenigingen
-
-
-
-
B
WSW leningen, nieuwe verdeling
36.407
36.407
36.407
36.407
B
WSW leningen 50%
40.036
39.801
34.587
39.311
B
WSW leningen 100%
36.600
36.471
36.340
36.208
C
Waarborgfonds sport 50%
36
32
27
23
D
HVC
6.620
6.070
5.520
4.970
F
Hypotheken
33
33
33
33
Totaal
119.732
118.814
112.914
116.952